de heilige familie
Maria, Jozef en het kind
Onlangs hing het schilderij ‘De Heilige Familie' van Rembrandt van Rijn in de Nieuwe Kerk op de Dam. Het schilderij was voor vijf weken door de Hermitage in Sint Peterburg uitgeleend aan de Nieuwe Kerk. Maar liefst 36.600 bezoekers en gasten bekeken in deze korte periode het schilderij. Op een vrijdagmorgen half oktober was ik één van die bezoekers.
Op het eerste gezicht valt ‘De Heilige Familie' niet mee. Het schilderij is niet erg groot (91 bij 117 centimeter) en er zit een glasplaat voor. Dat schept afstand en door de lichtinval is het soms wat lastig om goed te zien wat er allemaal afgebeeld staat. Rembrandt lijkt een huiselijk tafereeltje te hebben geschilderd met kind, moeder en vader. Op de voorgrond zien we een kindje dat in een rieten wiegje ligt te slapen. Het handje van het kind ligt ontspannen op het laken. Daar schuin achter zit de moeder. Zij zit te lezen, heeft een groot boek op haar schoot liggen. Kennelijk is ze even afgeleid, nu buigt zij zich voorover en kijkt naar haar slapende kind. Op de achtergrond is de vader druk aan het werk. Hij is zoiets als timmerman; er hangt allerlei gereedschap aan de muur en hij heeft een grote beitel in de hand. Het hele tafereel roept een sfeer van rust en vrede op. Om mij heen hoorde ik dan ook allerlei opmerkingen in de trant van: ‘Kijk eens wat lief'.
Niets bijzonders dus? Een gewone Amsterdamse familie op een gewone dag in het midden van de zeventiende eeuw? Was het niet dat er van boven, uit een gat in de hemel, een hele serie engelen de huiskamer van deze gewone familie in zweven en springen. De engelen verdringen zich rond de rand van het gat. De voorste engel zweeft al ter hoogte van de hoofd van de man, een volgende engel waagt net de sprong naar beneden. De man noch de vrouw lijken die engelen in hun huiskamer op te merken en het kind is zo diep in slaap, dat heeft nergens oog voor. Maar door die engelen wordt het gewone huiselijke tafereeltje ineens anders. En wordt het duidelijk waarom het schilderij ‘De Heilige Familie' heet. Dat het geen gewone zeventiende-eeuwse Amsterdamse familie is, die hier is afgebeeld, maar dat het gaat om Jozef, Maria en Jezus. Het is al het derde schilderij dat Rembrandt met het thema van de heilige familie maakte, maar het eerste na de geboorte van zijn zoon Titus, zijn eerste kind dat in leven bleef. Het is ook de eerste keer dat Rembrandt de heilige familie schildert na het overlijden van zijn vrouw Saskia. Kun je dat zien, hebben die ingrijpende gebeurtenissen invloed gehad op Rembrandt's manier van schilderen?
Ik denk van wel. Het is niet alleen maar een huiselijk tafereeltje wat Rembrandt schildert. Als je langer en beter kijkt, zie je dat die rustige, ingetogen, vredige sfeer niet helemaal klopt. De kleding van de vrouw, Maria, is te chic. Haar jak is met een rand kostbaar bont afgezet, ook het dekentje in het wiegje is met bont gevoerd. Het gaat dus niet om een willekeurige moeder en kind. Maar om een koningskind en zijn moeder. Dan blijkt ook dat de man op de achtergrond niet zomaar iets aan het beitelen is. Jozef maakt een juk en daarover valt in dat kostbare boek, de bijbel, dat Maria op haar schoot houdt, het één en ander te lezen. Bij de profeet Jesaja bijvoorbeeld: Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. (...) Het juk dat op hen drukte, de stok op hun schouder, de zweep van de drijver, u hebt ze verbrijzeld. Zou Maria dat net hebben gelezen en kijkt ze daarom nu naar haar kind? Omdat zij vermoedt dat hij het kind is waarover Jesaja schrijft: Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. Met die tekst van Jesaja in het hoofd wordt Rembrandt's schilderij een kerstschilderij. Waarbij de geboorte van het kind meteen verbonden wordt met hetgeen er komen gaat. Met het juk waarover Jezus zei: Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht. Dan valt ineens ook op dat de voorste engel niet alleen naar beneden zweeft, maar een boodschap uitdraagt door zijn lichaamshouding. De engel houdt de armen gespreid, zoals het kind in de wieg later zal doen: aan het kruis. Zo verbindt Rembrandt het verhaal van de geboorte met het sterven van het mensenkind en krijgt zijn ‘heilige familie' een bijzondere lading.
Ditske Tanja