tekst Cherubijnen

bijpraten met Ditske Tanja / nov-dec. 2011

overgenomen uit Markant van nov-dec. 2011

Jong en oud; de Dag van de Dialoog
Hoe gaan jong en oud met elkaar om? Kunnen ze van elkaar leren, of is de generatiekloof vaak onoverbrugbaar? Ben je zo oud als je je voelt, of is dat onzin? En hoe oud voel jij je eigenlijk?
Op de Dag van de Dialoog hebben alle Amsterdammers de gelegenheid om over deze en nog veel meer vragen met elkaar te praten. De Dag van de Dialoog is ontstaan na de aanslagen in Amerika op 11 september 2001. Overal werd toen een sterke behoefte aan een grotere sociale verbondenheid gevoeld. Een gevoel dat nog sterker werd na de moord op Theo van Gogh. In 2001 werd in Rotterdam voor het eerst de Dag van de Dialoog georganiseerd. Daar bleek dat de Dag van de Dialoog mensen dichter bij elkaar bracht, nieuwe inzichten verschafte en dingen op tafel bracht die voorheen onbesproken bleven. Andere steden, zoals Schiedam, Hengelo, Berlijn en Amsterdam volgden het voorbeeld van Rotterdam en organiseerden hun eigen Dag van de Dialoog. Nu wordt jaarlijks in ruim 65 plaatsen in Nederland de Dag van de Dialoog georganiseerd. In Amsterdam is dit jaar de Dag van de Dialoog op donderdag 10 november 2011.
Het unieke van de Dag van de Dialoog is dat je niet aan tafel gaat om te vergaderen. Je gaat aan tafel om kennis te maken, ervaringen en inspiratie uit te wisselen. En terwijl je uitwisselt leer je elkaar kennen. Vaak gebeurt het dat deelnemers na afloop met elkaar verder willen praten, leuke dingen gaan ondernemen of met een berg aan nieuwe ideeën en verhalen hun omgeving inspireren. Zoals Job Cohen zei: "het kennen van elkaars levensverhaal brengt een buurt tot leven". Het doel van de Dag van de Dialoog is om door inzet van een dialoog, mensen met elkaar in een inspirerend, betekenisvol gesprek te brengen. De uiteenlopende achtergronden van de deelnemers draagt bij aan het vergroten van kennis over elkaar en vormt de basis voor prettig samen leven, wonen en werken. Herman Wijffels zegt hierover: "Veel meer dan via discussie en debat, waar veelal het eigen gelijk voorop staat, kan met dialoog gewerkt worden aan gedeelde opvattingen en draagvlak voor de grote maatschappelijke veranderingen die nu aan de orde zijn. De Dag van de Dialoog leert mensen met deze methode te werken en levert daarmee een uiterst waardevolle bijdrage aan de ontwikkeling van de samenleving."
De komende Dag van de Dialoog, 10 november 2011, organiseren wij ook in De Ontmoeting een dialoogtafel. Kijk op de volgende link voor de tafels in Amsterdam: http://www.dialoogtafels.nl/table_map/amsterdam.   

Wie is de God van de bijbel?
Een korte impressie van de themamiddag op 13 september.
Dr. Ad van Nieuwpoort besprak met ons het onderwerp ‘Wie is de God van de Bijbel?'. Hij begon met te stellen dat er geen algemener woord bestaat dan het woordje ‘God'. In alle verschillende godsdiensten en levensovertuigingen heeft een ieder zijn eigen idee, denkbeeld, gedachten over God. Al die verschillende godsbeelden zijn een verlengstuk van de mens. Spinoza schreef al: een cirkel ziet God als een cirkel, een vierkant ziet God als een vierkant enzovoorts. Mensen willen God maar al te graag benoemen met termen als: al-machtige, al-omtegenwoordige, al-voorzienige. Dat is in het christendom een populair beeld dat het erg goed heeft gedaan. Vaak is het een God die normen en waarden aangeeft, een morele God, de God van het geweten. Er is heel wat afgevochten in de naam van die God.
Van Nieuwpoort pleitte ervoor om niet vrijblijvend over God te spreken en te onderzoeken hoe de bijbel over God spreekt. De God van de bijbel is een god met een ‘naam': JHWH. Zo staat in Deuteronomium 6 vers 4 (het Sjema): "De HEER (JHWH) onze God, de HEER (JHWH) is één". Over die ene, unieke God wordt in de bijbel een verhaal verteld dat bedoeld is als een tegenverhaal is tegen al die andere goden voor wie wij maar al te vaak knielen.
Met elkaar lazen wij Psalm 82 waar ‘God' (JHWH) opstaat in de vergadering van de goden en de goden erop wijst dat zij recht moeten doen aan de geringe, de wees, de vernederde en behoeftige. Over de naam van God en hoe hem te dienen lazen wij Jozua 24: 14 - 24. Een intrigerende tekst waarin Jozua het volk voorhoudt dat zij JHWH niet kunnen dienen. Daarbij vertelt hij hoe JHWH, God zich liet zien, bij de roeping van Mozes en de uittocht uit Egypte. Díe God moet het volk dienen.
Na de pauze was er gelegenheid om vragen te stellen. Dat waren onder meer vragen over ‘God en lot', ‘God en schepping/natuur', de mensvormigheid van God en de taak van de kerk in deze tijd. Er kwam een boeiende discussie op gang die gerust nog veel langer had kunnen duren. Namens de werkgroep Pastoraat die deze middag organiseerde, bedankte Hetty Ritchi dr. Van Nieuwpoort voor zijn verhaal en de aanwezigen voor hun aanwezigheid. Wie meer wil weten kan bij de werkgroep een kopie van een inleiding van dr. Van Nieuwpoort in ‘Wie is God? Een vraag van alle eeuwen' aanvragen.

Riek Zwaan en Ditske Tanja

Op zoek naar de koning; Advent 2011
De eerste zondag van Advent valt dit jaar op 27 november. Dan starten wij ook met een nieuw project voor de kinderen. In dat project gaan we op zoek naar de koning. De bijbelverhalen van Advent zetten ons op het spoor van een bijzondere koning: een mens die bij God hoort. Met Kerst zullen we vieren dat die koning in Betlehem geboren is, in de persoon van Jezus.
Centraal in het project staat een verhaal over drie mensen die op zoek gaan naar een bijzondere koning. Op hun zoektocht naar een koning reizen deze drie wijzen over de wereld. Maar ze reizen ook door de tijd. Onderweg komen ze oude verhalen tegen, die vertellen over God en mensen. De verhalen laten zien waar je het moet zoeken als je op zoek bent naar de koning die bij God hoort. Zo komen de mannen steeds dichter bij hun bestemming. De projectverbeelding wordt dit jaar gevormd door een kompas. Met het kompas zoeken de kinderen mee naar de koning die bij God hoort. Elke week laat het kompas een afbeelding zien die aansluit bij het verhaal. Verhalen wijzen de weg naar de koning die bij God hoort. Naast het kompas is er voor alle kinderen een landkaart. Op de landkaart zijn de illustraties van het kompas te zien, zodat de kinderen goed mee kunnen zoeken naar de koning.

Opvoeden met geloof
Geloven is niet eenvoudig, opvoeden is een hele klus en ‘opvoeden met geloof', dat gaat niet vanzelf! De wijkgemeente Ark-Jacobuskapel organiseert samen met andere kerken in de buurt een avond waarop het gaat over de vragen die ouders hebben en de mogelijkheden die er zijn om op te voeden met geloof en dat je kinderen mee te geven.
Op dinsdagavond 15 november 20.00 uur in de Ark, Van Ollefenstraat 9 (bereikbaar met tram 1, 2 en 17 en bus 18, 62, 63 en 195, halte Johan Huizingalaan). Meer informatie bij ds. Piet Kooiman, telefoon 020 610 23 55, mail p.kooiman2@chello.nl.

De doden gedenken
Het gedenken van de overledenen, wanneer doe je dat?
Toen ik de catacomben in Rome bezocht, kon ik het me wel een beetje voorstellen. Hoe men daar in de eerste eeuwen van onze jaartelling bij elkaar kwam, bij het graf. Men kwam bij elkaar op de sterfdag van de overledene. Die sterfdag werd gevierd zoals bij ons een verjaardag gevierd wordt. Dat had een reden: in de beleving van de nabestaanden was die sterfdag namelijk een geboortedag. Een dag om de geboorte tot het eeuwige leven te vieren. Sterven was opstaan tot een nieuw leven. Een sterfdag was daarmee dé dag om bij elkaar te komen en de overledene te gedenken.
Als snel werden in die tijd verhalen over de overledenen opgeschreven, vooral over hen die een gewelddadige dood waren gestorven of een bijzonder leven hadden geleid. Er kwamen allerlei martelarenlegenden, heiligenlevens en martelarenkalenders in omloop. In eerste instantie was het gedenken van martelaren en geloofsgetuigen vooral een plaatselijk of regionaal gebeuren. Later wisselden christelijke gemeenten hun (heiligen)kalenders met elkaar uit en begon men ook de heiligen uit andere plaatsen en landen te gedenken. Dat leverde zoveel gedenkdagen op, dat op een gegeven ogenblik het hele liturgische jaar van de kerk vol zat. Onder leiding en gezag van de bisschop van Rome (die steeds meer degene werd die het proces van ‘heiligverklaring' leidde) werd er gewerkt aan een heiligenkalender die geldig was voor de hele (wereld)kerk. Vanaf het eind van de 4de eeuw werd, om die volle kalender wat te ontlasten, een gedenkdag voor alle heiligen gevierd.
De datum van de gedenkdag voor alle heiligen heeft wat ‘gezworven'. In de Oosterse kerk is Allerheiligen tenslotte terechtgekomen op de eerste zondag na Pinksteren. In de Westerse kerk is Allerheiligen lang gevierd op 13 mei en in 835 stelde paus Gregorius IV de datum voor het feest vast op 1 november. In het spoor van Allerheiligen ontstond in de Middeleeuwen de gedenkdag voor ‘gewone stervelingen': Allerzielen. Die dag werd gevierd op 2 november. Allerzielen werd een dag om de eigen, persoonlijke doden te gedenken en dat gebeurt nog steeds in de katholieke kerk, in enkele wijkgemeenten van de Protestantse Kerk Amsterdam (zie ‘Kerk in Mokum' september 2011) en in veel landen om ons heen. Vaak hoort daar (net zoals in de eerste eeuwen gebeurde) een bezoek aan het kerkhof bij. Om de geliefde doden te gedenken, de verhalen over zijn, haar leven te vertellen en een kaarsje aan te steken op het graf.
Het ligt dus voor de hand om op of rond 1, 2 november de overledenen te gedenken. Nu is de datum van 1 november in protestantse kring wat beladen door de actie van Maarten Luther op 31 oktober 1517. Op die avond voor Allerheiligen spijkerde hij zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel van Wittenberg (tenminste, zo gaat het verhaal). Die 95 stellingen hoorden bij een brief aan de aartsbisschop van Mainz, waarin Luther zijn bezwaren tegen de praktijk van de aflatenhandel formuleerde. Het was het begin van een hervormingsbeweging waar ook onze kerk haar wortels vindt.
Reformatoren als Luther en Calvijn verwierpen de verering van gestorvenen en schaften het vieren van Allerheiligen en Allerzielen af. In de Lutherse kerk ontstond aan het begin van de 19de eeuw het gebruik om de overledenen op de laatste zondag van het kerkelijke jaar te gedenken. In veel Nederlandse calvinistische kerken is het lang de gewoonte geweest om de namen van de overledenen in de dienst van Oudjaar te noemen. Liturgisch gezien is dat niet sterk en persoonlijk voel ik er veel voor om aan te sluiten bij het aloude, katholieke gebruik om op, rond 1 en 2 november de overledenen te gedenken. Maar ook dit jaar sluiten wij aan bij de Lutherse gewoonte en gedenken onze doden op de laatste zondag van dit kerkelijke jaar, op zondag 20 november.

Ditske Tanja