protestantse wijkgemeente in Geuzenveld Slotermeer, Amsterdam Nieuw-West
| Op 24 maart is er een avond in de Multibox met als onderwerp "praten over geloof is praten over mensen". Als gast is Herman Meijer, oud-wedhouder van Rotterdam, uitgenodigd en het gesprek wordt geleid door Nuweira Youskine. Er zijn zo'n 20 mensen aanwezig en ik ben nieuwsgierig naar wat Herman te vertellen heeft. De avond wordt ingeleid door de binnenkort aftredende stadsdeelvoorzitter Robin de Bood. Praten over mensen bekijkt hij vanuit zijn functie als bestuurder van het stadsdeel. In een discussie hoef je het niet altijd met elkaar eens te zijn maar je moet wel proberen met elkaar in gesprek te blijven (als voorbeeld noemt hij de discussie over het invoeren van betaald parkeren). Praten over geloof als bestuurder begint bij de scheiding tussen kerk en staat. Maar hij vindt wel dat deze avond die door ‘Laat het van 2 kanten komen' wordt georganiseerd, gesubsidieerd mag worden. Soms kom je vragen tegen die lastig zijn te beantwoorden. Wat moet je bv. doen als een groep islamitische vrouwen subsidie vraagt voor een religieuze bijeenkomst zonder mannen erbij? Bij het nadenken over hoe die twee met elkaar in verbinding zijn te brengen komt hij, na wat googelen, uit op Klaas Hendrikse, de predikant die een boek schreef met de titel "geloven in een God die niet bestaat". De gedachte uit dit boek dat God "niet bestaat maar gebeurd" vindt hij interessant. Dan is het de beurt aan Herman Meijer. De eerste vraag van Nuweira gaat over het boek van hem dat in 2009 is uitgekomen. Het boek heet "Er zijn altijd anderen" en het gaat over de steeds individualistischer wordende samenleving. In de jaren 60 en 70-er jaren zijn er sociale bewegingen die uitgesproken zijn over wat hen beweegt. Als voorbeelden noemt Herman de beweging christenen voor het socialisme, de flikkerbeweging en de communistische beweging. Er is ook een gekkenbeweging met een omschreven doel. Begin jaren 90 is dat allemaal voorbij. Het is een ander soort samenleving geworden. Het lijkt meer op een markt waar ieder koopt wat van zijn of haar belang is. Het is geschreven vanuit zijn eigen betrokkenheid bij deze bewegingen. Nuweira vraagt naar de betekenis van de titel. Herman vindt dat het lijkt of mensen de maatschappij steeds meer vanuit hun eigen "ik" gaan bekijken. Ze zien zichzelf als een ik zonder de anderen. Er wordt zo vaak naar je eigen mening gevraagd. Maar er zijn altijd anderen. Wie je zelf bent wordt mede bepaald door je relatie met anderen. Nuweira vraagt hoe God daarin of daarbij past. Herman zegt dat hij niet een vastomlijnd godsbeeld heeft. Volgens hem ‘bestaat' God niet zoals wij mensen bestaan. Wel put hij inspiratie uit het bijbelverhaal van de uittocht uit Egypte. "Een God die bevrijdt, daar wil ik wel in geloven", zegt hij. Maar wat betekend dat dan concreet voor jou, is de vraag van Nuweira. Herman vertelt van de bevrijding uit het idee dat homosexualiteit verkeerd is. Maar dat komt waarschijnlijk toch niet door je geloof? Nuweira wil graag weten welke rol het geloof of God voor Herman speelt maar komt niet veel verder. Herman is niet iemand van simpele antwoorden. Hij zegt: "ik heb hem ook niet bedacht". Dan wordt de zaal even ingeschakeld. Nuweira loopt naar een paar mensen toe en vraagt op de man af "hoe zou u uw identiteit omschrijven?" Een vrouw omschrijft zich als een idealiste, die actief is in de milieubeweging. Een ander, een man, is politiek actief in de christen-unie. Voor hem is Jezus een belangrijk persoon. Maar er wordt ook geaarzeld en er zijn mensen die die lastige vraag niet zomaar willen of kunnen beantwoorden. Herman merkt op dat mensen wel iets hebben gezegd over hun activiteiten maar niet echt over wie ze zijn. Dat wil hij maar duidelijk maken: voor je identiteit heb je anderen nodig! Van God mag je geen beeld maken zo staat in de bijbel. Zo kun je maar beter ook van de mensen om je heen niet te gauw een beeld maken. Je bent er nooit klaar mee... Er is veel gezegd deze avond en ik kon niet alles even snel volgen maar wat mij betreft was er wel sprake van een ‘ontmoeting'. Kees Gooris
| |
| |