tekst Cherubijnen

visiestuk Stimulans

KERK IN DE BUURT
Stichting Stimulans
Louis Couperusstraat 133
1064 CE Amsterdam

Najaar 2009 een verkenner kijkt rond

WAT IS ER GAANDE, ofwel wat verandert er

A. de stedelijke vernieuwing
De stedelijke vernieuwing van Geuzenveld en van Slotermeer is al 10 jaar aan de gang. Het gaat ook nog zeker tien jaar door. Woonwijken en flats worden deels afgebroken, soms gerenoveerd. Nieuwe bouwwerken komen daarvoor in de plaats. Architectonisch bezien voltrekt zich tweeërlei; verstedelijking met meer hoogbouw en daar tussen laagbouw, én woningen krijgen gemiddeld meer woonoppervlak.
Vanuit een helikopterview zal de stedelijke vernieuwing leiden - zo hopen de beleidsmakers - tot een minder eenzijdige samenstelling van de bevolking, zeker financieel-economisch, en tot een woningvoorraad die weer vijftig jaar of langer meekan. Ook voor sociale cohesie zou een andere menging gunstige voorwaarden bieden.
Van andere aard en ingrijpender dan deze materiële buitenkant zijn de gevolgen voor de bewoners en voor de samenstelling van de bevolking. Zeer veel bewoners zijn gehecht aan hun bestaande situatie en o.a. de huurprijs. Dit vormt een, zo niet, de basis van het bestaan. Met als gevolg grote onzekerheid, angst, protest.
Andere bewoners zien hierin kansen.

B. de samenstelling van de bevolking naar nationale afkomst
Sinds 1995 is in versnelde mate de samenstelling van de bevolking in het stadsdeel gewijzigd.
Veruit het grootste deel van de bewoners heeft een migratie achtergrond. Als we deze typering aanhouden en ook de geboren Nederlanders van de tweede en derde generatie meerekenen kunnen we zeggen dat Marokkanen en Turken ongeveer 70% uitmaken. Daarnaast is er instroom van Surinamers, Antillianen, en uit landen van Afrika. Terwijl je ook mensen uit Irak, Iran of waar dan ook kunt tegenkomen.
In deze paragraaf kijken we naar culturele elementen.
De bewoners vormen een bont geheel van zeer diverse culturen en religies. De traditionele Nederlandse organisaties en verbanden (kerken, politieke partijen, vakbonden) verouderen en nemen in kracht en invloed af. Zelforganisaties van diverse snit nemen een plaats in. Maar zij hebben een andere invloed en inbreng in de samenleving. Bij allen staat het ‘overleven' voorop. Bovendien vormt men kleine eilandjes, veelal zonder onderlinge verbindingen.
De verschillen en de spanningen leiden enerzijds tot confrontatie, anderzijds tot terugtrekkende beweging en soms tot incidentele samenwerking. "We doen niet meer mee' en ‘we doen nog niet mee'. Het gevoel van onbehagen en vervreemding is sterk.
Op deze invalshoek van wijzigende sociale verbanden inclusief de spanningen haakt het project "Laat het van twee kanten komen" in met themabijeenkomsten en dialooggesprekken.
Stimulans is mede-oprichter en nog steeds dragende pijler.
Het project is een continue uitnodiging aan alle bewoners, zo divers als we zijn, om gesprek aan te gaan, betere kennis van elkaar te verwerven en contacten met elkaar te bevorderen.
Thema's waren o.a.: Maakt uitsluiting mensen ziek?, Tot hier en nu verder. Migranten: bedreiging of verrijking?

C. bewoners en hun godsdienst
Een belangrijke waarneming hier is: dit stadsdeel is vol met gelovigen. De Amsterdamse onkerkelijkheid van vorige decennia is vervangen door de ‘gelovigheid' van aanhangers van andere godsdiensten. De islam staat hier voorop. Zichtbaar in: Olijftak heet nu Elhijra.
Surinamers zijn EBG-christen, Moslim, Roomskatholiek en Hindoe. Onder de Afrikanen, zoals Congolezen, zijn velen Christen. Anderen, Nigerianen, Somaliërs, zullen deels moslim zijn.
In de Catharinakerk komen Orthodox-syrische christenen samen met Turkse, Irakese en Syrische achtergrond.
‘God' wordt onder verschillende namen meer geloofd en geprezen dan vroeger in dit stadsdeel.
De Ontmoeting als Protestantse Gemeente heeft zich altijd open opgesteld naar deze nieuwe religieuze situatie. Gespreksavonden, maaltijden, activiteiten gezamenlijk met de moskee.
Vanuit Stimulans is in 2007 een cursus ‘islam' aangeboden. Ook thans wordt weer gezocht hoe een dergelijk aanbod te doen in 2010 in het stadsdeel. Ook wordt regelmatig een bijbels leerhuis georganiseerd met thema's die samenlevingsproblematieken thematiseren.
Het project "Laat het van twee kanten komen" heeft eveneens de interreligieuze invalshoek verkend. Met een serie avonden over ‘Barmhartigheid' in de verschillende religies. Met een thema-avond over "Waarheid en werkelijkheid in religieus perspectief". Met iftars in de Ramadan en komende Advent een Adventsmaaltijd..

D. bewoners en armoede
Stimulans nam binnen ‘Laat het van twee kanten komen' het initiatief om na te gaan hoe de armoedeproblematiek in de buurt in elkaar zit. Al eens op een oecumenische avond viel te beluisteren dat wel 25% op of onder de armoedegrens verkeert en een deel daarvan gebruik maakt van de Voedselbox. Ook in een gespreksronde met sleutelfiguren in de buurt bleek dat een van de grootste problemen in de buurt de armoede is. Op 3 juni jl. is door ‘Laat het van twee kanten komen' een Armoedeconferentie gehouden. Aanvankelijk met het doel om dit vraagstuk op de politieke agenda te plaatsen. Het bleek echter dat op gemeentelijk en stadsdeelvlak ondertussen veel op gang aan het komen was om aan deze problematiek iets te doen. Helder werd ook dat het armoedevraagstuk een ingewikkeld vraagstuk is met heel veel en niet alleen materiële kanten. Tijdens de conferentie zijn de volgende speerpunten naar voren gebracht: minder loketten, grotere helderheid van informatie over mogelijke voorzieningen, een fonds voor het lenigen van acute noden.
Ondertussen zijn we vanuit de kerken ook betrokken geraakt bij het proeftuin-project van het stadsdeel om te werken aan verkorting van lijnen tussen voorzieningenverstrekkers, hulpverlenende instellingen en vrijwilligersorganisaties. Binnen dat project worden de speerpunten van de conferentie onder anderen uitgewerkt in een sfeer en in een omvang die wellicht nog nooit vertoond is.
Belangrijke gegevens tenslotte:
- in Amsterdam leven 144.000 mensen op of onder het bestaansminimum (dat is 1 op de 5 mensen, waaronder 74.000 gezinnen, 39.000 kinderen en 17.000 ouderen)
- Geuzenveld-Slotermeer is een van de stadsdelen waar de percentages gemiddeld hoger liggen (waaronder naar verhouding opmerkelijk veel onder mensen van Marokkaanse origine)
- Het bestaansminimum ligt volgens officieel gehanteerde cijfers tussen eur. 880,- (alleenstaande) en eur. 1660 (gezin met 2 kinderen).

Werkgroep Stimulans bestaat uit
Han Dijk
Henk Hoogendoorn
Henny Meerwaldt
Luuk Wieringa
Paul Lokkerbol, penningmeester

26/10/09

....en wat zegt ons dat over kerk-zijn?
Het stuk ‘De verkenner kijkt rond' van november 2009 over de toestand in de buurt dient als hieraan direct voorafgaand beschouwd te worden.
Hieronder een aantal brokstukken van theologisch denken. We diepen ze op in de ervaringen die we in ons buurtwerk opdoen. Ze hebben daarnaast te maken met wat ons ten diepste inspireert. Er kunnen voorbeelden van onze praktijk onder woorden gebracht worden waarin deze brokstukken voor het oprapen liggen. Zowel in de buurt als in de kerk. Natuurlijk zijn wij het als christenen die ze zo opdiepen. Anderen verwoorden wellicht de zelfde zaken anders, al of niet in bewust religieuze of levensbeschouwelijke zin. Waar enthousiasme te vinden is voor dezelfde gemeenschappelijk ondernomen actie is er meer te zeggen dan wat zich aan de oppervlakte voordoet. Maar ook teleurstellingen kunnen soms gemeenschappelijk met anderen, voortkomend uit een totaal andere achtergrond, worden opgedaan. Het samen optrekken is daarbij een essentieel gegeven. Zo langzamerhand doen we heel wat ervaringen op samen met heel wat anderen op heel uiteenlopend vlak. Actieve deelname aan het interculturele en interreligieuze buurtproject ‘Laat het van twee kanten komen' (incl. de armoedebestrijding) en het van daaruit ploeterend meewerken aan het verbeteren van buurtverhoudingen vormt daarbij een belangrijke basis.

Wat is ‘buurt' in kerk&buurtwerk?
We hebben het dan over:
1. Geuzenveld-Slotermeer,.deel van Stadsdeel Nieuw-West, maar overzichtelijk geheel van wonen en leven, waar mensen hun dagelijkse leven leiden.
2. De mensen die er wonen, met speciale aandacht voor wie kwetsbaar zijn (materieel en immaterieel)
3. De sociaal-economische positie en woonsituatie van deze mensen (zie ‘Een verkenner kijkt rond')

I
Ellips, verkenner, terugkoppelen/wisselwerking
Al sinds enige tijd zien wij in de werkgroep STIMULANS ons werk binnen het beeld van de ellips en het bijbelse beeld van de verkenner. Deze twee beelden zijn op elkaar te betrekken in het beeld van de wisselwerking en de terugkoppeling.
De ellips heeft twee bij elkaar gehouden, maar ieder apart te beschouwen brandpunten. In het geval van ons werk: het ene brandpunt is de buurt (kwetsbare mensen voorop). Het andere brandpunt is de kerk (de viering, de theologisch-bijbelse reflectie, de geloofsbeleving, getuigenis, de motivatie en inspiratie). In het eerste brandpunt worden ervaringen opgedaan. Deze ervaringen worden teruggekoppeld naar het tweede brandpunt. In een heen en weer gaande beweging gebeurt het STIMULANS-werk.
De verkenner als bijbels beeld verwijst naar de verkenners die Mozes uitstuurde om het beloofde land te verkennen en te bezien wat hen daar te wachten staat. Het volk verblijft nog in de woestijn en weet nog nauwelijks waarheen het op weg is. Ook is het volk onderweg soms geneigd om terug te vallen in oude zekerheden, ook al brachten die helemaal geen shalom aan het volk. Terug wil men naar de vleespotten in Egypte die ze daar tenminste nog wel hadden. Of ook is het volk geneigd om zich alvast een zichtbare God te maken in de gestalte van het Gouden Kalf, terwijl Mozes de berg op is om de Tien Woorden van het Verbond met God op te halen. De verkenners worden toch op weg gestuurd. Zij vinden het niet eenvoudig en zien dat de dingen die ze in het beloofde land te zien krijgen eruit zien als angstwekkende Reuzen. Vooral, omdat nog niet alles direct te over-zien is. De verkenners zijn geen betere mensen, maar krijgen wat anders te zien, omdat hun opdracht is om dat andere te gáán zien en daarmee terug te gaan naar Mozes en het volk in de woestijn. Ze moeten hen gaan vertellen wát ze gezien hebben, wat het andere daaraan is en ook wat daaraan hun toekomst is.
De terugkoppeling is essentieel, want door die bewust toe te passen ontstaat een wisselwerking, een heen en weer gaande beweging. Gebeurt dit niet dan wordt de ellips niet tot een ellips en vallen de brandpunten uit elkaar. Het opdoen van ervaringen in de buurt, het verkennen, krijgt dan geen vertaling naar de kerk en het werk kan tot puur activisme vervallen waarvan niet meer duidelijk is, waarom we het eigenlijk doen. De kerk zal dan op een eilandje blijven staan, los van de samenleving waar ze deel van uit maakt. Over blijft dan het besef dat kerk-zijn vooral iets van en voor individuen is en niets te maken heeft met de samenleving en wat daarin sociaal en economisch beweegt. De kerk kan dan eenvoudig terugvallen in aloude zekerheden waarvan het idee bestaat dat die er dan tenminste toch maar waren. Voor nieuwe impulsen is dan geen openheid meer. Aan de andere kant is het belangrijk om ook bewust te zoeken naar een verantwoorde manier om de omgekeerde beweging, van de kerk naar de buurt, te maken. Het denken daarover en de praktijk op dat vlak staat in de STIMULANS-ervaring nog in zijn kinderschoenen.
Het Bijbels Leerhuis is binnen ons werk als zodanig dé schakel tussen ons kerk-in-de-buurtwerk en de kerkelijke oorsprong van dat werk. De eerste vorm van terugkoppeling dus. Het wil kerkmensen op dit werk betrokken houden en op de vragen die in dat werk naar voren komen. Het houdt het kerk-en-buurtwerk betrokken op de kerk. Het Leerhuis is een vorm die uit het Jodendom is overgenomen. Leraar- en leerling-zijn lopen door elkaar. Er is sprake van leren met het oog op de levens- en maatschappelijke praktijk.

II
Oecumene en humaniteit
We kunnen formeel zeggen dat we als STIMULANS oecumenisch werk verrichten. We bedoelen dan dat we bestaan als werkgroep van de Raad van Kerken in de buurt en op het oog hebben om de interkerkelijke samenwerking handen en voeten te geven.
Dat is een formele en zakelijke vaststelling. Het is iets om je aan vast te houden, maar zegt verder nog niets over de inhoud. In het werk dat we doen erváren we oecumene. De mogelijkheden en spanningen in de samenwerking tussen kerken onderling en de laatste tijd in toenemende mate ook met evangelicale groepen en personen. Maar veel belangrijker voor de ontwikkeling van bewustzijn van kerk-zijn zijn de ervaringen die we in de oecumene, verstaan als (buurt-)wereld opdoen. We ervaren dat die wereld heel diffuus en complex is, heel veel gezichten heeft. Verschillende dynamieken doen zich voor. Inspirerende figuren drijven op de golven daarvan naar boven. Anderen, zoals sommige ambtenaren of hulpverleners, verdwijnen plotseling uit het gezicht. Weer anderen, vele kwetsbare mensen om wie het gaat, blijven onzichtbaar. Ze hebben moeite om het hoofd boven water te houden. Dit accent op een bredere kijk op oecumene wil aanduiden dat het in de kerk niet alleen om de kerk gaat, maar ook om de wereld waar de kerk deel van uitmaakt. Het gaat dan om het accentueren van manieren van mens-zijn waarin mensen tot hun recht komen, humaniteit.

III
Heilige Geest
In verschillende ervaringen bespeuren we dat de Geest misschien wel aan het werk is. In het ervaren van de wens tot samenwerking. In het willen komen tot betere buurtverhoudingen. Verhoudingen, waarin mensen opleven: iets van de eenzaamheid wordt doorbroken, mensen voelen zich serieus genomen als mens. Dat enthousiasmeert mensen. Dit enthousiasmerende is van tijd tot tijd meer of minder sterk te ervaren. Je hoeft geen christen te zijn om dát te bespeuren. Of je dat het werk van de Heilige Geest noemt of niet of wat anders, is niet van doorslaggevende betekenis. Voor ons, als christenen, is het belangrijk om dat toch maar zo te durven benoemen.
Als impuls van buitenaf stimuleert de Geest ons er toe om zaken die in brokstukken uit elkaar vallen toch maar weer op te rapen. De moed om verder te gaan die je dreigt te verliezen, toch maar weer op te pakken. Er zijn steeds mensen die dan toch maar weer opstaan en een taak op zich nemen.

IV
Kijken
vanuit de onderkant van de samenleving - weduwen en wezen - je naaste liefhebben
In alles wat we doen proberen we te kijken en te zien wat we tegenkomen onderweg. Kijken als eerste actie. Zien als bewust kijken en dus ook als analyseren. Niet alleen onbedacht en zonder enige richting maar wat doen. Kijken is een samenhang vinden tussen wat we zien als verschijnselen in de buurtwereld die ongeordend door en over elkaar heen liggen. Ons bezinnen houdt ook een grondrichting van handelen in. Het kan verder zijn dat we onderweg anders gaan zien.
Essentieel bij het kijken is dat we allereerst mensen in hun kwetsbaarheid op het oog hebben. Een kwetsbaarheid die er op allerlei manieren en ‘gestapeld' kan uitzien. In ieder geval weduw(nar)en, armen, migranten (‘vreemdelingen') en hun levens-problematieken krijgen in ons werk veel aandacht. Deze groepen worden in de bijbel als wezenlijk genoemd, wanneer van Gods ontfermende barmhartigheid sprake is. Ze zijn bij uitstek aan de orde, wanneer het gaat over het liefhebben van de naaste en het handelen in de geest van de barmhartige Samaritaan. Liefde en het doen van gerechtigheid alsmede de moeite soms om die te geven staan zondermeer hier al centraal.
Dit betekent niet dat het bij hen blijft of hoeft te blijven. Het betekent ook niet dat mensen uit deze groepen die we tegen komen heilig zijn en niet te bekritiseren. Hun problematiek kan hen bij medemensen in meerdere of mindere mate soms zelfs onsympathiek doen overkomen. Het blijft echter zo dat hier de onderkant van de (buurt-)samenleving aan de oppervlakte komt. Ook bestaat het gevaar dat deze groepen maatschappelijk en sociaal-economisch niet meetellen en geen winst opleveren, enkel wat kosten.

V
Verlangen naar verlossing
Het gaat hier ten diepste om mensen die verlangen naar verlossing uit hun lijden, welke vorm en gestalte dat lijden ook moge aannemen. Het kan betekenen dat deze mensen menen dat ze als individu enkel verlossing behoeven. Het kan betekenen dat ze niet zien dat hun lijden voor een niet onbelangrijk deel samenhangt met de heersende verhoudingen in onze samenleving, in hoe onze samenleving georganiseerd is. Bureaucratisering en ambtenarenjargon kunnen daarbij een hinderpaal zijn. Maar ten diepste is in belangrijke mate de vrije ondernemingsgewijze en marktgerichte organisatie van de samenleving debet aan veel lijden. De vraag is telkens: wat staat centraal, de mensen of getallen, cijfers en winsten? De God van Israël die we leren kennen in de bijbel verloste mensen uit de slavernij die zo'n benadering van getallen, cijfers en winsten met zich meebrengt. Een verlossing van individuele mensen. Maar als deel van een volk (groep) en uit een maatschappelijke samenhang die verlossing in de weg staat. Aan die verlossing/bevrijding wordt in de bijbel voortdurend herinnerd. Ook Jezus' handelen, lijden en sterven brengt dit centrale gegeven aan de orde: de Opstanding.

VI
Religie, religieus denken en zending
Een belangrijk deel van ons werk bestaat uit het contact met mensen uit andere religieuze en levensbeschouwelijke groepen. Het komt op onze weg wanneer wij ons in verbinding begeven met een deel van de kwetsbare buurtbevolking, de migranten. Wij gaan met hen een ‘verbinding' aan.
Dit woord ‘verbinden' zegt als zodanig alleen al iets over het begrip ‘religie'. Dat begrip is afkomstig van het Latijnse werkwoord dat verbinden en binden (=boeien) betekent. We zoeken bij anderen allereerst naar wat verbindt dan naar wat uit elkaar houdt. We leren scherper zien:
- dat in alle religies sprake is van verschillende stromingen - fundamentalisme, vrijzinnigheid, (gematigde) orthodoxie
- dat in alle religies aandacht is voor individuen en voor individuen overstijgende sociale gerechtigheid
- dat in alle religies elkaar uitsluitende benaderingen bestaan van exclusief denken (wij-zij-denken, wij zijn gelovigen en de anderen zijn ongelovigen) en van inclusief denken (vermogen om de weg van anderen te zien als een andere mogelijke weg)
- dat bijbels gesproken er sprake is van Joden en Gojim (volkeren, heidenen) en dat wij, als christenen, samen met anderen tot de Gojim behoren
- dat in religies vanuit de bovenkant van de samenleving gedacht en gekeken kan worden en de macht bevestigd kan worden en dat vanuit de onderkant van de samenleving gedacht en gekeken kan worden en mensen die niet meetellen groot worden gemaakt en mogelijk verzet wordt geleverd.
- dat religies kunnen binden (religie als verslavend en verdovend opium) en verbinden als motivatie tot verzet tegen minstens een verdeel- en heerspolitiek en tegen onrechtvaardige toestanden.
In ons werk kiezen we in de praktijk voor individuen overstijgende sociale gerechtigheid, voor inclusief denken, voor het inzicht naast anderen te staan als behorende tot de Gojim, kijkend vanuit de kwetsbare onderkant van de samenleving en vanuit een verbinding bevorderende houding.
Dáár zien wij onze zending en de zending van de kerk zijn plek hebben. Een zending die niet allereerst erop uit is om zielen te winnen voor het christendom (de exclusieve benadering), maar om ook christenen te betrekken in een mensen met elkaar verbindende actie. In deze verbindende actie komen we als STIMULANS anderen tegen die daar ook al mee bezig zijn.

STIMULANS wil werken als de bewust verbindende schakel in de wisselwerking en terugkoppeling tussen buurt en kerk en kerk en buurt. Gemeente, parochie en korps proberen de ervaringen die worden opgedaan in meerdere of mindere mate in te kaderen in hun beleid. De KÉRKEN beogen in meerdere of mindere mate kerk-in-de-buurt te zijn. STIMULANS wil ter ondersteuning van dit streven behulpzaam instrument voor de kerken zijn. Daartoe stimuleert STIMULANS. Als vrijwilliger in dit werk zijn kerkleden actief en in toenemende mate ook niet-kerkleden.